Het instrument

Het instrument is gebouwd met klassieke houtsoorten. Boheems, kwartier gezaagde esdoorn voor de tweedelige rug, de vlammen buigen van in het midden licht neerwaarts. De zijkanten en de krul zijn gemaakt van dezelfde houtsoort. Het tweedelige bovenblad is van dennenhout (Picea abies), gehakt in 1997. De inleg aan de zijkanten is samengesteld uit drie lagen esdoorn waarvan de twee buitenste zwart gekleurd zijn. De toets is in ebbenhout en de stemsleutels in palissander.

Het model gebruikt voor deze cello is gebaseerd op een patroon van de Italiaanse bouwer Simone Sacconi (1895–1973) die een studie maakte van diverse Stradivari modellen.
Joris Wouters hierover: “Een model aanpassen is een werk van jaren: er zijn teveel factoren die invloed hebben op de klank. Het model moet ook samengaan met de gebruikte houtsoort.”

Zoals de meeste bouwers maakt ook Joris Wouters zelf de vernis. Elke luthier zoekt naar een samenstelling tot wanneer hij er gelukkig mee is. Joris Wouters kiest bewust voor een bleke vernissoort en dit voor de meeste van zijn instrumenten.
Voor Wouters werkt het vernis-proces als volgt. De eerste drie lagen worden aangebracht alvorens de boven- en onderkant op elkaar af te stemmen. Nadat het instrument volledig gemonteerd is, komen er nog 10 tot 12 lagen bij met tussen elke laag één week uithardingstijd. Na de laatste laag en de afwerkingslaag minstens nog eens twee maanden om de vernis definitief te laten uitharden.

Een aardig weetje: het boven- en onderzadel is gemaakt uit gouden regen (Laburnum anaygroides) die groeit in de tuin van Joris Wouters. “Het hout is hard genoeg voor zijn doel en het is een oplossing om minder tropisch ebbenhout te gebruiken.”

Joris Wouters over het bouwproces:

“Enkele weken nadat ik aan de bouw van de cello begon, kwam de lockdown. Vreemd genoeg had dit een zeer positief effect, ik kon mijn volledige aandacht richten op het instrument. De zijkanten plooien, boven- en onderkant op elkaar afstemmen, de krul snijden, alles viel netjes op zijn plaats.
De klank van een instrument is het resultaat van elk onderdeel apart dat wordt samengevoegd tot een geheel. Een perfect gemaakte body zal met een slecht afgeregelde hals nooit goed klinken, slechte vernis zal afbreuk doen aan de klank. Elk onderdeel moet afgestemd worden op de rest.
Hoe doe je dat?
Er zijn een aantal technische hulpmiddelen die je tot op zeker hoogte kan gebruiken, maar naar het einde toe nemen vakmanschap, ervaring en gevoel de bovenhand.

Ik durf zeggen dat dit het beste instrument is dat ik tot hier toe gebouwd heb. Dat weet je al voor je het instrument dichtlijmt. Je kan het vergelijken met het gooien van een steen, het moment dat je de steen loslaat weet je al dat het raak zal zijn of niet.
Vioolbouwer Carleen Hutchins zei ooit: ‘Het duurt jaren om een vioolbouwer op te leiden en decennia om hem te polijsten tot een meester.’ Na 30 jaar, durf ik zeggen dat ik dat ik trots in haar schaduw mag staan.”